zondag 28 augustus 2016

Cidade de Deus, Fernando Meirelles, 2002.

Poster
Een keiharde film over de favela Cidade de Deus (Stad van God) in Rio de Janeiro, Brazilië. Kinderen met wapens in de handen maken daar de dienst uit, plegen overvallen, raken verslaafd of maken anderen verslaafd, beheersen de drugshandel en moorden er op los. Ze worden meestal niet ouder dan 25 jaar. Ze maken elkaar dood om niks.
Cidade de Deus was oorspronkelijk een semi-autobiografisch boek, geschreven door Paulo Lins, in 1996. Lins groeide zelf op in zo'n favela.

Boven en onder: verschillende uitgaven van het boek, en twee opnames van de schrijver. Het boek is in vele talen vertaald, ook in het Nederlands. (Stad van God). Het vertalen van het boek is lastig, vanwege de taal, die specifiek van deze criminele jongeren uit deze stad is.

Eerst over de plaats van handeling:
De favela Cidade de Deus werd in de zestiger jaren gebouwd, ver van het centrum van Rio de Janeiro. om de uit zijn voegen gegroeide sloppenwijk te kunnen plat gooien. Zo werden ook de allerarmste bewoners weg uit het centrum gehaald. Met dit feit kwam er een nieuwe betekenis van het begrip favela, dat eerst alleen sloppenwijk betekende, maar nu verbreed werd naar een nieuw gebouwd stadsdeel. Ver naar het westen, op moerassige grond wordt de nieuwe wijk gebouwd. Die nieuwbouw ziet er zo op het eerste oog niet eens zo slecht uit.
Zo lijkt het nog wel wat.
Maar er is nauwelijks water en geen elektra. Gasauto's (vrachtwagens beladen met gasflessen voor huishoudelijk gebruik) rijden rond om de mensen van energie te voorzien.
Gasauto, andere plaats, andere tijd; maar wel zo ongeveer zagen ze eruit in de film. 
Kinderen pleegden in die begintijd allerhande overvallen, bijvoorbeeld op gasauto's, maar ook op winkels; het geld ging naar hen zelf, maar ook naar de mensen in de favela's.
Later maakten ze zich van geld meester door de handel in drugs, en dat ging weer over in een bloeiende wapenhandel; allemaal natuurlijk met desastreuze gevolgen. Toch willen de meeste bewoners niet weg uit hun wijk. Ze krijgen bescherming van de criminelen, en geld of voedsel.
De meeste acteurs in deze film zijn zelf inwoners van favela's, enkele zelfs uit Cidade de Deus. De regisseur wilde vooral authenticiteit, en in 2002 was er nog geen uitgebreide casting mogelijk. Alleen Carrot, Wortel, is een echte acteur.
Wortel, een, kleinere drugsbaron. Hij wordt gespeeld door Matheus Nachtergaele, de enige professionele acteur.
Dit is een foto uit de werkelijkheid; een opvallende overeenkomst met de film, zo'n bende-tje. Hier gelukkig geen wapens. Op de achtergrond de 'binnenkant' van de favela.
Foto uit de film, gemaakt door Voetzoeker

Ook hier, de werkelijkheid zoals die is. Nee, heus niet alleen maar nieuwbouw.
Ligging Cidade de Deus in Brazilië, en t.o.v. Rio de Janeiro. 
Hier is ook te zien hoe de favela 'in de buurt'  van het Olympisch dorp ligt.

Boven en onder: opnieuw de werkelijkheid; armoede en verpaupering. Het wordt zo ook goed duidelijk waarom mensen liever hadden dat er geen Olympische Spelen kwamen, maar meer verbetering van de toestand van de allerarmsten. De krotten verschijnen dus tussen de stenen huizen.
Na de film werden er projecten opgezet om de situatie in Cidade de Deus (CDD) te verbeteren.
In 2011 bezocht Barack Obama de wijk.
Aankomst Obama in Cidade de Deus
Wat een heerlijke man!
Dan nu naar de film:

Het verhaal wordt niet chronologisch verteld; verteller is Voetzoeker, een eerlijke jongeman die proberen wil aan zijn milieu te ontsnappen. (Alle personen hebben bijnamen, meer horen we niet van hen.)
Hij begint te vertellen over een kip die ontsnapt aan zijn slachting; na de achtervolging van het dier, bevindt hij zich opeens tussen de politie en de jeugdbende, waarvan zijn broer lid is. 
Dan gaat het verhaal terug naar de zestiger jaren. Toen waren er drie jongemannen de baas, het Tedere Trio. De namen in het Engels: Goose (broer Voetzoeker), Shaggy en Clipper.
Het tedere trio
We maken de overval mee op een gasauto, en op een motel. Het gestolen geld wordt aan de bewoners uitgedeeld. De mensen in het motel blijken allemaal vermoord, terwijl de overvallers beweren dat ze dat niet hebben gedaan.
Later blijkt, dat Dobbelsteen, een jochie van zo'n 10 jaar oud dat gedaan heeft. Het moorden deed hij met veel plezier. Hij bleef ermee doorgaan.
Zo ging dat met de kleine Dobbelsteen. Een gruwelijke moordpartij. 
Dobbelsteen was door zijn grote maten alleen maar aangesteld als hulpje, om hen te waarschuwen bij onraad. Dit bakte deze psychopaat ervan. 
Het legde tevens de basis voor zijn verdere leven.
In de film zien we vervolgens hoe alle plegers van de overval gedood worden. Behalve Dobbelsteen, die was ondergedoken. 
We zien ook dat ze geen andere manier van inkomsten verwerven hebben dan dit roven. 
Een van het Tedere Trio met ijn meisje; werkt niet, is wel verliefd. Zij wil het natuurlijk anders.
Met zijn vriendin dwingt hij een bestuurder hem te helpen ontsnappen.
Maar hij komt vlak hierna om.
Zodra de ene bende uitgeroeid is, neemt de volgende het over. Zo komen er een heleboel namen voorbij. De film loopt ten slotte door tot in de tachtiger jaren, toen er een werkelijke bende-oorlog woedde in Cidade de Deus.
De vriend van Dobbelsteen is Benny. 
Dobbelsteen en Benny.
Benny is een schatje; weliswaar ook een crimineel, maar een van wie iedereen houdt. Vreemd genoeg weet Benny ook de moeilijke en niet betrouwbare Dobbelsteen (die zich later Kleine Zé laat noemen) te vriend te houden.
De 'tagline' (ik zou zeggen: het hoofdthema) van de film is: If you run, the beast catches you; if you stay, the beast eats you.
We volgen ook het leven van Voetzoeker, de verteller, die met een groepje hippies optrekt aan het strand, en verliefd wordt op Angelica.
 
Voetzoeker met Angelica.
Angelica ziet ten slotte meer in Benny, die meer geld heeft.
Kleine Zé ontwikkelt zich tot de meest gevreesde drugsbaron en wapenhandelaar. Onder zijn bewind is het wel veiliger voor de bewoners van de favela.
Onder en boven: de aardige Benny, die ten slotte onder invloed van Angelica uit de favela en uit de misdaad wil stappen. Hij wordt per ongeluk gedood door iemand, die denkt Kleine Zé te vermoorden.
Die moord gebeurt later pas.
Benny, in het hol van de leeuw.
Links Blacky, de manager van Kleine Zé (r)
Dit shot leidt de gruwelijkste scene van de hele film in: nieuwe kinderen willen de handel afpikken. Kleine Zé laat zien wie er de baas is. Willen de jochies een schot in hun had of in hun voet?

Na deze gruweldaad moet een nieuw lid één van de twee kinderen doden.
Met zijn ogen dicht kiest hij voor het jochie rechts.
Het verhaal en de gruwelijkheden gaan verder. 
Voetzoeker heeft als hobby fotografie, en krijgt een camera in zijn bezit. Hij fotografeert Kleine Zé.
Angst bij Voetzoeker, of hij het apparaat aan de praat krijgt. 
Voetzoekers foto komt bij toeval in handen van de krant, die de foto van Kleine Zé publiceert. Zé is daar zo van onder de indruk, en blij, dat hij nog meer foto's wil. 
Zé krijgt zijn zin, maar anders dan hij droomde. Eerst fotografeert Voetzoeker weliswaar Zé's hele bende op straat met wapens, maar dan komt Voetzoeker het hele gevecht voor ogen tussen de oorlogvoerende bendes, wat Zé ten slotte het leven kost. Voetzoeker fotografeert alles. 
De foto's zijn goud waard voor de krant, en Voetzoeker kan een normaal leven gaan leiden. 

De bende van Kleine Zé heet The Runts (ik weet niet de Braziliaanse naam); in werkelijkheid heette de bende Caixa Baixa.
Er wordt enorm veel geïmproviseerd in de film, om het verhaal zo authentiek mogelijk te vertellen.
Dit is regisseur Fernando Meirelles.
Hier is hij aan het werk, onder en boven.

Trailer
In de Engelse Wiki vind je veel uitleg over inhoud en karakters, zie DEZE LINK.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten