dinsdag 11 november 2014

Doctor Faustus, Thomas Mann, 1947 (2007)

Duitse uitgave
Mann begon dit boek in 1943, en voltooide het in 1947. In 1943 was er al hoop dat er spoedig een einde zou komen aan het Hitler-tijdperk.
Dit tijdperk is één laag van dit complexe, filosofische boek. Mann noemt het een roman, wat slaat op de biografie van de fictieve componist Adrian Leverkühn. Dat is ook de ondertitel van het boek: Het leven van de Duitse toondichter Adrian Leverkühn, verteld door een vriend. De vriend heet Dr. phil. Serenus Zeitblom; de ik-figuur dus.
Het boek is moeilijk om te lezen, de vele 'Duitse' zinnen, allemaal betrekkelijke bijzinnen leidden bij mij nogal eens tot ontsporing. Bovendien is het verhaal bijzonder rijk aan filosofische gedachten, uitweidingen over muziek, de Duitse geest, et cetera, hetgeen het moeilijk maakt. Daarbij schrijft Mann een beetje zoals mijn broer Jan soms praten kan: met deftige volzinnen, nogal breedsprakig.

Dr. phil. Serenus Zeitblom (zie de naam!) is de vriend van jongs af aan van Adrian, en volgt diens leven op de voet. In hun jeugd speelt de muziek al een grote rol, bijvoorbeeld door het zingen van de stalmeid. Later ook door de lezingen van de organist Wendell Kretschmar. Zo houdt deze stotteraar lezingen over pianosonate III van Beethoven, waarom dat geen deel 3 heeft. En over de fuga bij Beethoven. Het zijn meteen essays in dit boek!
Ze groeien op in Kaisersaschern, waarvan Mann een heel levendig beeld schetst. Het is een middeleeuws aandoende stad, met zelfs nog vreemde figuren erin rondlopend als 'Kelder-Lijsje'.
Onverklaarbare figuur uit Sukorovs Faust.
Toen ik dit las, moest ik direct aan de film FAUST van Alexander Sukorov denken. Daar viel immers het middeleeuwse karakter van plaats en tijd op, en kwamen ook vreemde bij-figuren voor. In de nabeschouwing las ik, dat Lübeck, Manns geboorteplaats, model heeft gestaan voor deze plaats.
Buddenbrookshouse, zie mijn blog aldaar. Geboortehuis Mann in Lübeck.
Een huis in Kaisersaschern  behoort aan oom Nikolaus, die instrumenten verhandelt. Het was plezierig om die passage met de beschrijvingen van alle instrumenten te lezen. (p. 45 e.v.)
Adrian is een heel intelligente, maar wat onaangename, in elk geval: onaangedane leerling. Hij gaat theologie studeren, Serenus letteren. Maar Adrian verwisselt zijn theologiestudie voor de muziek.
Behalve zijn genialiteit blijft Adrian gekenmerkt door een wat koude afstandelijkheid. Hem benaderen met zijn voornaam en je-jij is aan haast niemand voorbehouden.
Serenus wordt leraar oude talen, trouwt en krijgt kinderen. Hij blijft contact houden met zijn muzikale vriend.
Adrian heeft ook een afstandelijke verhouding tot vrouwen. Hij raakt besmet met syfillus, een beetje willens en wetens, want de prostitué die hem ermee besmet waarschuwt hem van te voren. Toch doen! Serenus heeft dan al een hele beschouwing ten beste gegeven over het kwaad, dat zich in de opvattingen van de mensheid altijd wat geconcentreerd heeft rond het seksuele.
In hoofdstuk 25 komt het verbond met de duivel aan de orde. Adrian zelf heeft deze bladzijden geschreven, de vriend kon daar natuurlijk niet bij zijn geweest. Hij heeft zijn ziel aan Mefistoles verkocht - in zijn waan of niet, dat doet er niet toe. Voor 24 jaar hoogst geïnspireerd componeren mag de duivel hem komen halen. Samen met het bezoek aan de prostitué is zijn lot dan bezegeld.
Het duivelspact. 
Een huwelijksaanzoek dat Adrian doet, doet hij via een vriend. Dat neemt de vrouw in kwestie natuurlijk niet. Zij prefereert de boodschapper. Daarmee is Adrian vrouw én een vriend (de boodschapper) kwijt.
De enige keer dat we Adrian van een wat warmere kant zien, is bijna aan het eind van het boek, als zijn neefje Nepomuk een tijdje bij hem woont. Iederéén vindt dat jochie - die zichzelf Echo noemt - een schat, Adrian niet uitgezonderd. Helaas wordt het jochie ziek en sterft binnen veertien dagen.
Het gaat dan al heel slecht met de componist. Hij heeft het werk Doctor Faustus' Weeklacht gecomponeerd, waarvoor hij voor één keer een groot gezelschap bij hem thuis uitnodigt om het te presenteren. Maar tijdens die presentatie wordt duidelijk dat Adrian krankzinnig is  geworden. De vrienden verlaten hem een voor een.
De ondergang van Adrian loopt parallel met de ondergang van het Duitse rijk - let op de tijd waarin Serenus het schrijft: van 1943 tot 1947. Duitsland was altijd een belangrijke natie als het ging om het denken. Maar zoals dat bij Adrian Leverkühn heeft geleid tot zijn ondergang, is dat ook gebeurd met Duitsland.  In het hoofdstuk wordt ook geschreven over de Apocalyps.

In de nabeschouwing van G.A. von Winter staan heel interessante waarnemingen. Die maken mij nog eens te meer duidelijk, dat Manns werk vol symboliek en eruditie zit. Voor mij was het lang niet allemaal te volgen. Ik denk dat je er met een goede leesgroep wel een paar maanden over zou kunnen doen om de diepte in te gaan.
Ik geef hier nog wat van de genoemde nabeschouwing weer, om althans een tipje van deze sluier van beschouwelijke ingewikkeldheid op te lichten.

Winter vraagt zich allereerst af, waarom het boek Doctor Faustus heet. Want wie is Faust in dit boek?
Winter ziet een verschil met het boek van Goethe. FAUST is daar dezelfde als die uit het Volksbuch van 1587. Mann ziet in het tijdperk van het Volksbuch het grote kwaad vertegenwoordigd in Luther, over wie hij op p. 99 zegt:

'Het lijdt immers geen twijfel dat de mensheid eindeloos bloedvergieten en de verschrikkelijke zelfverminking bespaard gebleven zouden zijn wanneer Maarten Luther de kerk niet had hersteld.'
Maarten Luther, volgens Thomas Mann veroorzaker van veel ellende.
In de rest van het boek hekelt hij uiteraard het Hitler-tijdperk; dat is globaal genomen het tijdperk van het leven van Adrian Leverkühn (1885 - 1941; Hitler: 1889 - 1945).
De bron van Duitslands ellende ten tijde van het schrijven van deze roman.
Winter merkt op, dat Leverkühn in tal van opzichten op Thomas Mann lijkt: vooral in het volkomen aan de kunst toegewijd zijn. Leverkühn leeft persé alleen, dat deed Mann niet, dank zij zijn discipline bracht hij het op zich uit zijn isolement los te rukken. Maar hij had dat isolement wel nodig!

Albrecht Dürer speelt een rol in de roman door de nadrukkelijke aanwezigheid van het magisch vierkant: het komt overeen met een beroemde gravure van Dürer.
Magisch vierkant, Dürer: welke rij men ook optelt, de uitkomst is steeds 34
Zelfportret Dürer, 1471-1528
Winter knoopt hier allerlei conclusies aan vast, die ik hier maar laat. Interessant is wel de uitkomst, dat bij een bepaalde herschikking van de cijfers er de initialen AH en ML in het centrum komen te staan (van Hitler en Luther).
Volgens Winter doet Mann veel aan getallensymboliek, maar ook aan namen-symboliek. Tal van namen lijken doorzichtig, in elk geval verwijzend naar iets of iemand anders. Ik noem de namen Schlagenhaufen, Schweigestill, Schleppfuss. Doen mij veelal vreemd aan.
 
De filosoof Nietzsche heeft voor een deel model gestaan voor Leverkühn.
Friedrich Nietzsche
Net als hij, lijdt Adrian aan migraine, krijgt syphillus, is wereldvreemd, doet een huwelijksaanzoek via een vriend, en eindigt krankzinnig.
Maar zoals Nietzsche door Hitler is geannexeerd door de Hitler-ideologie, zo wil Mann/Leverkühn  niet door Hitler geannexeerd worden.
 
Om op de vraag van Winter terug te komen: wie is nu eigenlijk Doctor Faustus?
Het is niet Adrian Leverkühn. Maar:
 
Wat Mann in het beeld van de Faust-figuur voor ogen stond was een integrale behandeling van het 'Duitse probleem', het probleem namelijk dat de wereld altijd met Duitsland, en Duitsland van oudsher met de wereld heeft gehad. (p. 574)
Als ik het goed begrijp, dan is dat: het doorslaan in het denken; het dóór-denken naar de verkeerde kant. Naar de kant van barbarij, dictatorschap, nihilisme, vernietiging.
Het duidelijkste is Mann daar misschien over in zijn eigen Naschrift
 
Eerst beschrijft hij de begrafenis van Leverkühn. Terwijl de aardkluiten op zijn kist vallen (dat is in 1940), noteert Mann:

Duitsland, de wangen met een hectische blos overdekt, zwijmelde toenmaals op het hoogtepunt van woeste triomfen, bezig de wereld te veroveren krachtens de enige overeenkomst die het van zins was na te komen, en die het met zijn bloed had ondertekend. Nu stort het, door demonen omstrengeld (...) van de ene wanhoop in de andere. (....) Een eenzaam man vouwt zijn handen en spreekt: God zij jullie genadig, mijn vriend, mijn vaderland.

Thomas Mann schreef zelf ook een boek over Doctor Faustus: Die Entstehung des Doktor Faustus.
Dan nog enkele opmerkingen:
 
De wijze van componeren van Leverkühn zoals beschreven in hoofdstuk XXII, de twaalftoonstechniek, is in werkelijkheid het geestelijke eigendom van Arnold Schönberg.
Arnold Schönberg
 
Thomas Mann, de schrijver.
 
 



 

 
 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten